Veel gestelde vragen

Lessor en lessee, wie zijn dat?

De lessor is de leasemaatschappij, de partij die het ter beschikking stellen, inclusief financiering van het object mogelijk maakt. De lessee is de gebruiker van het object. Doorgaans is het de lessee die een keuze maakt van het object dat hij wil leasen, hij kiest zelf de leverancier, het merk en het type van het bedrijfsmiddel.

 

De rol van de lessor is in alle gevallen het verstrekken van de financiële middelen die nodig zijn om het object te verwerven. Daarnaast kan de lessor ook het economisch risico op zich nemen, dat betekent dat het eventueel waardeverlies van het object volledig ten laste komst van de lessor.

Wat is private lease?

Private lease betekent dat er een leasecontract wordt aangeboden aan consumenten. Doorgaans betreft dit de ter beschikking stelling van een personenauto.

 

De Leden van de NVL verstrekken geen private leases. Zij beperken zich tot leasecontracten in de business-to-business markt.

Voor meer informatie over private lease, kijk op de website van VNA Lease.

Wat is een maandtermijn?

Een maandtermijn is een maandelijkse betaling cq. aflossing van de leasingschuld. Bij leasing is het gebruikelijk dat de terugbetalingen maandelijks gebeuren. Echter kwartaalbetalingen zijn ook in bepaalde gevallen mogelijk.

 

De maandtermijnen zijn gelijke bedragen die gedurende de gehele looptijd betaald worden. Deze omvatten zowel de kapitaalaflossing, als de rente, als eventuele extra services zoals verzekering, onderhoud, enz.

Voor de ondernemer betekent deze maandtermijn dat hij makkelijk zijn liquiditeitspositie kan inschatten en makkelijk kan budgetteren.

Wat is een verhoogde eerste termijn?

Doorgaans zal de leasemaatschappij de volledige aanschafwaarde van het object financieren, we spreken dan van 100% financiering. In bepaalde gevallen echter zal de leasemaatschappij een verhoogde eerste maandtermijn vragen om een snellere afbouw van het risico te kunnen realiseren. Dergelijke oplossing wordt wel eens gekozen als het gaat om objecten die heel snel in waarde dalen na eerste gebruik.

Wat is een slottermijn?

Ingeval van een financial lease kan de lease zo gestructureerd zijn dat de maandelijkse terugbetalingen (maandtermijnen) gelijk zijn, met uitzondering van de laatste maandtermijn, de zogenaamde slottermijn. Deze kan hoger zijn dan de gebruikelijke maandtermijn, als een soort van allerlaatste aflossing van het leasecontract.

 

Om deze slottermijn te kunnen betalen kan de lessee ervoor kiezen om:

  • het leasecontract te verlengen
  • het object – indien hij eigenaar is – te verkopen en met de opbrengst de slottermijn te voldoen. De lessee zal dit doen als hij verwacht een hogere prijs te krijgen op de markt dan het bedrag van de slottermijn.

 

Wat is een koopoptie?

Een koopoptie komt voor bij operationele leasecontracten en heeft als doel de lessee de mogelijkheid te geven om het object alsnog zelf te verwerven, op het einde van het leasecontract. De lessee heeft dus het recht om de koopoptie te lichten. Lessor en lessee spreken af tegen welke prijs de eigendom overgaat, dat kan een vooraf vastgestelde prijs zijn, of een variabele prijs afhankelijk van de marktwaarde op dat moment.

 

Voordeel voor de lessee is dat hij het object definitief kan verwerven, maar deze beslissing pas hoeft te nemen op het einde van het leasecontract. De reden waarom de lessee toch eigenaar wil worden kunnen bijvoorbeeld zijn: het object (bijvoorbeeld een industriële machine) is onmisbaar geworden in het productieproces, of het object vertegenwoordigt een hoge en blijvende marktwaarde waardoor het object direct bijdraagt tot het ondernemingsvermogen.

Wat is een verlengingsoptie?

Op het einde van het operationele leasecontract zal de lessor het geleasete object terugnemen, immers de lessor is eigenaar. Toch kan het voor de lessee interessant zijn om het leasecontract te verlengen, in de vorm van een verlengingsoptie. De lessee kan het leasecontract verlengen, bijvoorbeeld met een jaar, om het object gedurende die tijd verder te kunnen gebruiken.

 

Bijvoorbeeld omdat het object tijdelijk onmisbaar is in het productieproces, omdat er nog geen vervanging voorhanden is, omdat de lessee het besluit tot definitieve verwerving nog even wil uitstellen (zie koopoptie), enz.

Wat is de gemiddelde looptijd van een leasecontract?

De looptijd van een leasecontract is gerelateerd aan de economische levensduur van het object. Voor een vrachtwagen is dat doorgaans 5 jaar. Een computer heeft een economische levensduur van 3 jaar. Een drukpers of een hijskraan kan wel over 10 jaar afgeschreven worden, maar is ook daarna nog technisch en economisch prima bruikbaar.

 

De leasemaatschappij zal goed kijken naar het waardeverloop van een object, en zal de looptijd van het leasecontract daar op afstemmen.

Is leasing duur?

Er wordt wel eens gezegd dat leasing een dure vorm van financiering is. Dit berust op een misvatting. De vraag is: in vergelijking met welke andere vorm van financiering?

 

Om te beginnen wordt leasing van bedrijfsmiddelen al te vaak verward met autoleasing. Autoleasing wordt over het algemeen als duur beschouwd, echter dit is het gevolg van het feit dat autorijden duur is. Veel mensen hebben de neiging de kosten van autorijden te onderschatten.

Ten tweede trekken equipment leasingmaatschappijen funding aan bij banken of – ingeval van een captive – bij hun moedermaatschappij. Er kan niet gesteld worden dat deze funding duurder zou zijn dan de funding voor bankleningen.

Ten derde: bij leasing is voor de gehele looptijd en veelal het gehele investeringsbedrag de financiering geregeld; andere investeringen hebben onzichtbare kosten (bijv. kosten eigen vermogen of niet exact gematchte financiering (renterisico).

Tot slot: bij bepaalde vormen van leasing worden risico’s verlegd naar andere partijen, bijvoorbeeld een terugkoopverbintenis van de leverancier. Tegenover ‘minder risico’ staat een prijskaartje.

Wat is operational leasing?

Operational lease is een contract waarbij de lessor juridisch en economisch eigenaar is van het geleasete object. De lessee is enkel gebruiker en draagt geen restwaarderisico met betrekking tot het object. Bovendien worden bij een operational lease vaak extra diensten toegevoegd bovenop het gebruiksrecht van het object, denk daarbij aan onderhoud, reparaties, verzekeringen.

 

Bij een operational lease is het restwaarderisico voor rekening van de lessor. Deze zal op het einde van het contract het object terugnemen en voor een zo goed mogelijke prijs proberen te verkopen of opnieuw in lease uitzetten. Omdat de lessor meer risico draagt (dan bij een financial lease) zal hij dit verrekenen in de maandelijkse leaseprijs. Om die reden kan een operational lease soms duurder zijn dan een financial lease of een banklening. Echter, daar krijgt de lessee ook weer wat voor terug, namelijk gemak (één maandelijkse prijs, alles inbegrepen) en draagt hij geen economische risico’s.

Het komt voor dat de lessor het restwaarderisico ook weer op een derde partij afwentelt, bijvoorbeeld in de vorm van een terugkoopverbintenis van de leverancier. Deze laatste zal tijdens de looptijd of aan het einde van de looptijd het object tegen een bepaalde prijs terugnemen.

Wat is het restwaarderisico?

Bij een operationele lease draagt de lessor het economisch risico op het object. Er ontstaat een restwaarderisico omdat het geheel van de leasetermijnen normaliter niet de volledige waarde van het object dekt. Op het einde van het leasecontract blijft er dus een restwaarde over, deze kan hoger of lager zijn dan de marktwaarde op dat moment van het object. De lessor zal dus goed kijken naar het verwachte waardeverloop van het object, en zal de leasetermijnen zo bepalen dat het restwaarderisico beperkt wordt.

 

Bij zeer courante objecten is het relatief makkelijk een restwaarde in te schatten. Bijvoorbeeld bij auto’s is er veel historie en informatie voorhanden, waardoor de restwaarde op het einde van het leasecontract vrij nauwkeurig ingeschat kan worden. Dat is anders met minder courante objecten, omdat er – per definitie – een kleinere markt voor is.

Er kan een direct verband gelegd worden tussen de restwaarde en (de hoogte van) de leasetermijnen. Bij lage maandtermijnen bestaat de kans op een hoge restwaarde, en dus een hoger risico voor de lessor. Vandaar een spanningsveld tussen beide partijen: de lessee wil maandelijks zo weinig mogelijk geld kwijt zijn om het object te kunnen gebruiken, de lessor daarentegen wil het restwaarderisico zoveel mogelijk beperken.

Wat is courantheid van objecten?

Leasemaatschappijen kijken primair naar het te financieren object. Wat is het voor een object, wat is het waardeverloop over de tijd heen, en vooral, waar kan de leasemaatschappij met het object heen als het aan het einde van de leaseperiode retour komt of als – onverhoopt – de lessee zijn verplichtingen niet nakomt. In dat laatste geval zal de lessor het object terugnemen (repossession) en te gelde maken, of eventueel het object weer in een nieuw leasecontract onderbrengen. Met de opbrengst van de verkoop of de nieuwe lease zal de openstaande schuld worden afgelost. Hoe couranter het object, hoe groter de kans dat de lessor nog een goede prijs krijgt.

 

Voor een standaard heftruck zal men op de markt altijd wel een koper vinden, net als voor een kassasysteem of een kopieermachine. Anders ligt het met bijvoorbeeld een zeer gespecialiseerde verpakkingsmachine, die enkel gebruikt kan worden om bepaalde voedingsmiddelen mee te verpakken. Stel dat de vraag naar deze voedingsmiddelen inzakt, en de lessee zijn verplichtingen niet meer kan nakomen, dan zullen er maar weinig gegadigden zijn om zo’n machine te verwerven. In het slechtste geval zal de lessor zich tevreden moeten stellen met de schrootwaarde.

Aangezien het bij equipment leasing doorgaans gaat om een fors bedrag aan investeringen, hebben leasemaatschappijen zogenaamde assetspecialisten in huis die verstand hebben van de objecten, hun waardeverloop alsook eventuele herverkoopkanalen. Algemene leasemaatschappijen hebben assetspecialisten voor diverse objectcategorieën in dienst en leasen dus een breed palet aan objecten, meer gespecialiseerde leasemaatschappijen beperken zich tot bepaalde objecten.

Wat is een terugkoopverbintenis?

Wanneer de lessor het restwaarderisico niet goed kan inschatten, of het restwaarderisico – naar zijn inschatting – te hoog wordt geacht, zal gepoogd worden dit risico af te wentelen op andere partijen. In veel gevallen zal een beroep worden gedaan op de verkoper van het object, deze kent immers het object het allerbeste, en heeft ook goed zicht op de tweedehandsmarkt. De terugkoopverbintenis van de verkoper is dus een verplichting om het object af te nemen van de lessor, tijdens of op het einde van het leasecontract. Dit zal gebeuren tegen een bepaalde waarde, die voorafgaand wordt bepaald of die gebaseerd zal zijn op een ‘fair market value’.

 

Naast de oorspronkelijke verkoper kunnen nog andere partijen zich tegenover de lessor verbinden om een object tijdens of op het einde van het leasecontract over te nemen. Denk daarbij aan grote verkopers van tweedehands objecten. Bijvoorbeeld in de vrachtwagenmarkt zijn er partijen die verkoopkanalen hebben ontwikkeld voor (jong) gebruikte trucks.

Wat is een sale and lease back?

Dit is een leasecontract waarbij een onderneming een object waarvan het eigenaar is verkoopt aan een leasemaatschappij, om deze direct weer in lease te nemen.

 

Een belangrijke motivering voor een sale and lease back bestaat erin ondernemingsvermogen vrij te maken. Bijvoorbeeld: een onderneming heeft zwaar geïnvesteerd in een machinepark. Deze investering is uit eigen middelen en met bankkredieten betaald. De afschrijving van de machines is beperkt, deze zijn nog steeds flink wat waard. Nu wil de onderneming in één keer het gehele machinepark herfinancieren, waardoor de liquiditeitspositie sterk verbetert en de bankkredieten afgelost kunnen worden. De leasemaatschappij verwerft de objecten en stelt deze per direct ter beschikking van de onderneming.

Tegelijk gaat het economisch risico op het machinepark over op de lessor. Deze zal dus zorgvuldig kijken naar de aanschafwaarde van de objecten. Hoe recenter de machines zijn, hoe makkelijker het waardeverloop ingeschat kan worden.

Er kan bij de verkopende partij/lessee sprake zijn van boekwinst of -verlies indien de verkoopwaarde hoger of lager ligt dan de boekwaarde van de machines.

Welke fiscale voordelen zijn er voor leasing?

De Belastingdienst biedt iedere ondernemer in Nederland die belastingplichtig is voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting de mogelijkheid om financieel voordeel te behalen met een aantal investeringsregelingen. Het is daarbij niet van belang of de investeringen met eigen vermogen, met bankleningen of met leasing gefinancierd wordt.

 

Deze regelingen zijn:

– KIA – Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek(KIA): http://www.antwoordvoorbedrijven.nl/subsidie/kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Een ondernemer kan bij investering in bepaalde bedrijfsmiddelen in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Het bedrag (zie tabel van de belastingdienst) van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek hangt af van het geïnvesteerde bedrag in het boekjaar.

– MIA – Milieu-investeringsaftrek: http://www.antwoordvoorbedrijven.nl/subsidie/milieu-investeringsaftrek

De milieu-investeringsaftrek biedt een ondernemer de mogelijkheid de fiscale winst te verlagen. Er kan tot 36 procent van het investeringsbedrag in mindering gebracht worden op de fiscale winst. Het percentage van de aftrek is afhankelijk van de milieueffecten en de gangbaarheid van het bedrijfsmiddel.

VAMIL – Willekeurige afschrijving milieu-investering: http://www.antwoordvoorbedrijven.nl/subsidie/willekeurige-afschrijving-milieu-investeringen

Met de VAMIL kan een ondernemer een investering op een willekeurig moment afschrijven tot een maximaal door de belastingdienst vastgesteld percentage. Door sneller afschrijven worden de fiscale winst en de in dat jaar te betalen belasting verminderd. Dit betekent zowel een rente- als een liquiditeitsvoordeel. De overheid verstrekt jaarlijks een lijst met investeringen die hiervoor in aanmerking komen.

BTW en leasing: hoe zit het?

Algemeen: BTW regelingen zijn per land verschillend.

 

Financial lease (FL): In Nederland wordt in het algemeen bij de investering die contractueel de vorm van een financial lease heeft de BTW op de investering direct door de lessee betaald. De betaalde BTW is verrekenbaar met de fiscus indien de lessee ook een ondernemer is voor de BTW (BTW-plichtig is).

De leasetermijnen daarna worden dan beschouwd als aflossing en rente op de financiering, waarover geen BTW verschuldigd is.

Operational lease (OL): Bij operational lease is de eigenaar/investeerder de leasemaatschappij, die dan ook de BTW verrekend met de fiscus. Als gevolg daarvan zijn de leasetermijnen (diensten) belast met BTW. In de leasetermijn zit bij OL meestal ook een aantal aanvullende diensten, die eveneens met BTW zijn belast. Eventuele niet-BTW belaste componenten dienen op de factuur separaat te worden getoond. De ondernemer betaalt dus een netto leasetermijn plus BTW over de dienstencomponenten.

De betaalde BTW is verrekenbaar met de fiscus indien de lessee ook een ondernemer is voor de BTW (BTW-plichtig is).

Wat is cross border leasing?

Hiermee wordt bedoeld een leasecontract waarbij de lessee of de geleasete objecten zich in het buitenland bevinden.

 

Een voorbeeld kan dit verduidelijken: een Nederlandse transportonderneming heeft een Pools dochterbedrijf, dat grotendeels vanuit Nederland wordt aangestuurd. Deze onderneming wil de vrachtwagens die juridisch op naam van het Poolse filiaal worden ingeschreven in lease nemen bij een Nederlandse leasemaatschappij, net zoals de vrachtwagens die ‘gewoon’ in het Nederlandse kentekenregister zijn ingeschreven. De vrachtwagens zullen door heel Europa rijden.

De Nederlandse lessor zal in dergelijk geval eventueel een extra zekerheid vragen aan het Nederlandse moederbedrijf. Immers, de mogelijkheden om grip te krijgen op de objecten is wellicht anders geregeld dan in Nederland. Gesteld dat de lessee – dus de Poolse entiteit – niet in staat zou zijn de leasetermijnen te betalen, dan wil de leasemaatschappij zich kunnen richten tot de Nederlandse moeder.

Bij cross border leasing is er dus sprake van verschillende wetgevingen, waardoor de rechten en plichten van partijen anders geregeld kunnen zijn dan bij een puur Nederlandse lease. Er komt een stuk meer juridisch werk bij kijken, en dus ook kosten. Dit maakt dat cross border leasing vrijwel alleen toegepast wordt bij relatief grote leasecontracten.

Wat is small ticket leasing?

Hiermee worden leasetransacties bedoeld met een relatief lage contractswaarde. De leasemaatschappij zal om die reden ernaar streven een zo gestandaardiseerd mogelijk verwerkingsproces op te zetten, om de kosten per contract zo laag mogelijk te houden.

 

Small ticket leasecontracten komen vaak voor in combinatie met vendor leasing.

In veel gevallen zullen small tickets vrijwel volledig geautomatiseerd verwerkt worden om de kosten te beperken. Op deze wijze hoeft er niet voor ieder contract separaat onderhandeld of documentatie opgesteld te worden. Alles is zoveel mogelijk gestandaardiseerd.

Small ticket leasing staat vanzelfsprekend tegenover ‘big ticket leasing’, waarbij er doorgaans sprake is van maatwerk.

Wat is service lease?

Hiermee wordt een leasecontract bedoeld dat bestaat uit het ter beschikking stellen van objecten, met een relatief lage waarde, in combinatie met een aantal diensten. Deze vorm komt vaak voor in de ICT-markt (in de brede zin), waar een breed palet van diensten wordt aangeboden als data-opslag, netwerk infrastructuur, uitwijkservices, beveiliging, werkplekken, printen/copiëren, ‘uptime’, telefonie, digital signage, etc. De waarde van het object is in deze gevallen relatief laag, echter de dienstverlening is belangrijk. (Bijvoorbeeld: als de wifi router het niet doet, kan er op kantoor niet gewerkt worden). De dienstverlening omvat ook onderhoud (maintenance) van het apparaat, fix&repair, eventueel vervanging. Service lease is een variant van operational lease.

 

Service lease komt vaak voor bij zogenaamde werkplekautomatisering in combinatie met outsourcing. Bijvoorbeeld: een onderneming wil de werkplekken van haar 1.000 medewerkers vernieuwen. Daarvoor zijn nodig: PC’s, laptops, tablets, printers, alle bijhorende software, vaste en/of mobiele telefoons, en dataservers. De onderneming gaat te rade bij een werkplekautomatiseerder om de gehele dienstverlening in één contract te kunnen afnemen. Naast de aanschaf van de objecten is de dienstverlening zeer omvangrijk: het plaatsen en aansluiten van de apparaten moet georganiseerd worden, de koppeling met het netwerk dient gerealiseerd, een eventuele storing dient onmiddellijk verholpen te worden, bij eventueel verlies van een toestel moet er snel in vervanging voorzien te worden, de eventuele verhuizing van afdelingen moet soepel verlopen, en bij dit alles dienen de nodige veiligheidsregels met betrekking tot de vertrouwelijkheid van gegevens in acht te worden genomen. Kortom, de waarde van de dienstverlening is erg groot in verhouding tot de aanschafwaarde van de objecten. Vandaar dat men spreekt van service lease. De gebruiker is overigens niet geïnteresseerd in het bezit van de objecten, maar wil de werkplekautomatisering in één dienst afnemen.

Wat is een captive leasemaatschappij?

Bepaalde fabrikanten, importeurs of (grote) leveranciers van duurzame bedrijfsmiddelen hebben een eigen leasemaatschappij opgericht, die tot doel heeft leasecontracten af te sluiten met hun beoogde kopers. Dat wordt een captive (lease)maatschappij genoemd. Deze captives zullen dus doorgaans enkel objecten van die leverancier financieren. Dit is feitelijk de ultieme vorm van vendor leasing: de vendor zorgt zelf voor financiering en draagt dus feitelijk ook het risico dat de lessee zijn verplichtingen niet nakomt.

Wat is het risicoprofiel van leasemaatschappijen?

Door de Europese leasefederatie Leaseurope is onderzoek gedaan naar het risicoprofiel van leasemaatschappijen. Hieruit blijkt dat leasing over de jaren heen een zeer gunstig risicoprofiel heeft. Samengevat kan gesteld worden dat leasemaatschappijen een positie innemen als eigenaar of als speficiek pandhouder van de geleaste objecten. Dank zij deze positie – in combinatie met de kennis die zij in huis hebben omtrent de objecten – kunnen leasemaatschappijen hun schade (LGD – loss giving default) beperken. Gemiddeld gesproken hebben leasemaatschappijen zelfs een gunstiger risicoprofiel dan banken.

Share This